Noordzeekrab

NOORDZEEKRAB (Cancer agurus)

De Kleur van rugschild en poten van de noordzeekrab overwegend bruinrood, vingers van de scharen donkerder van kleur tot bijna zwart, onderzijde wit.
De carapax is opvallend breed, nagenoeg ovaal, fijn gekorreld, niet gegroefden aan de voorzijde met 3 gelijke mediane tanden bezet.
De antero-aterale boorden van het rugschild zijn door korte inkepingen in 9 brede lobben verdeeld.
Forse scharen, die symmetrisch en glad zijn.
Leeft bij voorkeur op rotsbodems, van de ondiepe kustwateren tot op een diepte van 300 m (meestal tussen 20 en 200 m).

Aanvoer:Het gehele jaar door, met een duidelijke piek tussen maart-april en oktober - november.
Meestal vers, vaak levend, aangevoerd; soms enkel de scharen.

Bijzonderheden:Op zand - en slibbodems gevangen dieren hebben soms een 'zanderige' smaak door de aanwezigheid van zand en slib in het darmkanaal en in de kieuwholte.
Voor de kusten van Portugal en Noordwest - Afrika wordt ook de verwante soort
C. bellianus Johnston gevangen.

Lengte: max. 30 cm (komt overeen met 6 kg).
Lengte: meestal tot 20 cm.

VERSPREIDING


Verspreidingsgebied van de Noordzeekrab

Terug