lijkt heel veel op zijn naaste verwant, de tarbot.
Het opvallendste verschil betreft de eerste stralen van de lange
rugvin, die bij de griet niet helemaal aaneengesloten zijn: vanaf
het midden wijken ze.
Het lichaam is bedekt met kleine cycloïde schubben, die in de
huid aan de rechterkant diep ingeplant zijn.
Op de huid zitten geen benige knobbeltjes.
Van boven is de griet groen - tot grijsbruin, met grillige donkere
vlekkenen lichte stipjes en van onderen is hij roomwit.
De griet leeft op de bodem, op 5 - 70 meter diepte.
In de Middellandse Zee paaien deze vissen van maart tot juni, in
noordelijker streken van mei tot augustus.
De eitjes en de larven drijven in het water; wanneer de visjes 2 -
3, 5 cm lang zijn, dalen ze af naar de bodem en veranderen ze van
vorm.
De pootvissen eten voornamelijk schaaldieren en andere ongewervelde
dieren; volwassen grieten geven de voorkeur aan vis, aan de larven
en de jongen vooral.
De volwassen vissen leven gewoonlijk alleen.
Door hun schutkleur steken ze nauwelijks af tegen de ondergrond,
waarin ze zich soms deels ingraven.
Lengte: 40 - 50 cm, bij uitzondering 75 cm.
Gewicht: 1,5 - 4 kg, soms wel ,5 kg.