Deze is de grootste poon, hij kan wel 75 cm lang worden.
In tegenstelling tot de zeekoekoek, de grauwe poon en nog enkele
andere leden van de familie, heeft de rode poon gladde schubben van
normale afmetingen op de zijlijn.
Opvallend zijn de lange, glanzende borstvinnen in de kleuren blauw,
zwarten rood en met wittige vlekjes.
Ze reiken tot de eerste stralen van de tweede rugvin.
Het lijf is overwegend roodbruin tot oranje en de buik is lichter
van kleur.
De kleur wisselt trouwens sterk.
De rode poon vertoeft op rots- en zandbodems van het
continentale plat.
Hij 'zit' op de grond, steunend op de vrije stralen van de
borstvinnen.
Ook wordt hij wel in het water aangetroffen, op verschillende
diepten.
Hij kan vrij goed zwemmen en eet vooral vis.
Net als bij de andere ponen strekt de paaitijd zich over een
lange periode uit en wordende eitjes niet allemaal tegelijk
afgezet.
In de Europese wateren paaien rode ponen van mei tot augustus, voor
de Afrikaanse kust zelfs ook's winters.
De eitjes en de larven drijven in het water en de pootvissen leiden
een benthaal leven.
De rode poon is vrij algemeen en maakt het grootste deel uit van
de totale vangst aan ponen.
Rode poon smaakt voortreffelijk.
Vooral voor de kust van Spanje wordt erop gevist.
Lengte: 30 - 60 cm, max. 75 cm.
Gewicht: 0,7 - 0,9 kg, soms wel 1,5 kg.