is een van de vier soorten, die in de Atlantische Oceaan
voorkomt.
Hij vertoeft gewoonlijk op 100 - 600 meter diepte in water van 2 -
6 º C. en daalt ook wel eens af tot op 700 - 900 meter
diepte.
De jonge vissen geven de voorkeur aan minder diep water en
oudere exemplaren zoeken grotere diepten op.
De roodbaars groeit langzaam en kan wel dertig jaar oud worden,
volgens sommige gegevens zelfs wel zestig.
De vis is overwegend rood; aan de rugzijde is deze kleur het
diepst.
Roodbaarzen paaien in de buurt van de Lofoten, IJsland, voor de
kust van Noord - Amerika en op een aantal andere plaatsen.
Enige tijd na de paring brengt het wijfje een vrij groot aantal
larven ter wereld, die er al precies zo uitzien als de volwassen
vissen en hun dooierzak bijna verteerd hebben.
Ze worden door de stromingen meegevoerd naar het noorden en blijven
in de bovenste waterlagen, vrij ver van de kust.
De roodbaars is van economisch belang, want hij smaakt
voortreffelijk.
Er wordt vooral met sleepnetten op de roodbaars gevist.
Lengte: 40 - 60 cm, max. 80 - 100 cm.
Gewicht: 2 - 5 kg, max. 15 kg.