De rugzijde is bezet met een groot aantal huidknobbeltjes en
flinke stekels, langs de mediaanlijn en op de lange staart, die
duidelijk gescheiden is van de rest van het lichaam.
De stekels zitten op ronde knopjes en zijn vooral bij de
geslachtsrijpe mannetjes sterk ontwikkeld.
Stekelroggen kunnen nogal van kleur verschillen; meestal zijn ze kaneelbruin tot lichtgrijs op de rug en roomwit op de buik.
Vaak vertoeft de stekelrog vlak boven een zanderige of leemachtige bodem, op een diepte van 10 - 60 meter gemiddeld en 400 meter maximaal.
In het voorjaartrekken de vrouwtjes naar de kustgebieden,
gevolgd door de mannetjes.
De bevruchting is inwendig.
De eitjes zitten in een hoornen kapsel van 6 - 10 cm lang, waaruit
na 16 -20 weken jongen komen die in alles op volwassen roggen
lijken.
Op het strand kun je deze lege doosjes vinden.
Nadat ze de restanten van de dooierzak verteerd hebben, voeden de
jonge roggen zich met schaaldiertjes; volwassen roggen vullen hun
voedselpakket aan met vis.
Op stekelrog wordt veel gevist, met sleepnetten.
Het vlees is van gemiddelde kwaliteit.
Van groot economisch belang is de stekelrog niet.
Lengte: 60 - 80 cm, het vrouwtje kan wel 110 cm lang
worden, breedte tot 75cm.
Gewicht: 6 - 10 kg, soms 17 kg.