Pladijs
Wetenschappelijk I Pleuronectes platessa
Engels I Plaice
Frans I Plie Carrelet
Duits I Scholle Goldbutt
Spaans I Solla
Italiaans I Passera
Uiterlijk

De pladijs is nauw verwant aan de vissen van de geslachten Liopsetta en Limanda: de ogen liggen op de rechterzijde en op deze regel zijn maar weinig uitzonderingen. Achter de ogen heeft de pladijs een soort benen kam, die doorloopt tot het begin van de zijlijnen uit 4 - 8 vrij lage knobbeltjes bestaat. Beide zijden van het lichaam zijn bedekt met kleine cycloïdschubben, de zijlijn loopt midden over de flanken is vrij recht, alleen boven de borstvin vertoont ze een lichte welving. Op de kaakhelft aan de blinde zijde van het lichaam zijn de tanden beter ontwikkeld. De oog zijde van de pladijs is bruin tot groenbruin met helderrode of oranje spikkels, die ongelijk verdeeld zijn over het lijf, de kop en de ongepaarde vinnen. De rechterzijde is wit.

Voorkomen

De pladijs leeft gewoonlijk op een zanderige bodem, op 1 - 250 meter diepte (meestal op 10 - 15 meter). Jonge exemplaren kunnen het in water met een laag zoutgehalte goed uithoudenen zwemmen zelfs wel de rivieren op. De paaitijd is van januari tot mei. De eitjes en de larven drijven aanvankelijk in de bovenste waterlagen. Wanneer de jonge visjes 13 - 17 mm lang zijn, gaan ze naar de bodem.

Paaitijd

In het zuidelijkdeel van het verspreidingssgebied worden de mannetjes op 3 tot 6 jarige leeftijd geslachtsrijp en in het zuidelijk deel op 8 tot 10 jarige leeftijd. Bij de vrouwtjes duurt het ongeveer een jaar langer voor ze geslachtsrijp zijn. Een pladijs kan 25 - 30 jaar oud worden. Hij eet vooral tweekleppige schaaldieren, waarvan hij de schelpen breekt met de sterke tanden in de keelholte. Ook jaagt hij wel op visjes, die vlak boven de bodem rondzwemmen.

 

Meer info