Mossel
Wetenschappelijk I Mytilus edulis
Engels I Mussel
Frans I Moule
Duits I Miesmuschel
Spaans I Mejill├│n
Italiaans I Mitlo Cozza pelosa
Uiterlijk

De kleur is blauwzwart niet glanzend periostracum, bij jonge exemplaren soms geel doorschijnend; binnenzijde parelmoer-glanzend. Het vlees is geelwit met donkerviolette mantelrand. Typische vorm: lang, asymmetrisch, de schelp vrij dun en hard en een slot zonder tanden.  Hoewel de mosselen in onze streken een gekweekt product zijn, vindt men soms verrassingen in de schelp, zoals het erwtenkrabbetje, Pinnotheres pisum, een diertje dat bij de mossel inwoont en geen schade aan het product toebrengt. Ook bevatten mosselen nu en dan kleine parels, vaak meerdere per schelp, die worden gevormd door een combinatie van een parasitair organisme en milieu omstandigheden.


'Slikmosselen' worden bijzonder gevreesd door consumenten van mosselen. Ze kunnen in de pan opengaan en zo de smaak van het hele kooksel bederven. Een slikmossel ontstaat als de mossel onder zand of slik bedolven raakt en sterft en de schelp zich vervolgens met stinkend slik vult. In tegenstelling tot bij onder ,normale' omstandigheden gestorven mosselen, gaapt de schelp dan niet en lijkt het geheel bedrieglijk veel op een levende mossel. Te onderscheiden door een meestal doffe schelp en een iets groter gewicht dan even grote, levende mosselen.


Een ander probleem voor de consument is de vraag hoe een bedorven mossel te herkennen. Een zak mosselen kan soms, meestal in de zomer, enkele 'gapers bevatten: mosselen die openstaan. Hoewel grote hoeveelheden daarvan erop duiden dat de mosselen niet al te vers zijn, is het voorkomen van enkele openstaande exemplaren vrij normaal. Een mossel kan als echt dood worden beschouwd wanneer hij, nadat de schelpen met de hand enige malen zijn dichtgeknepen, niet uit zichzelf gesloten blijft. Zulke mosselen kunnen beter worden weggegooid. De versheid van een mossel kan ook worden getest door hem in de hand te nemen en met de duim te proberen de schelphelften over elkaar te schuiven. Bij een volkomen verse, vitale mossel lukt dit maar één keer, waarna het dier de schelpen onwrikbaar sluit. Een verzwakte mossel (die overigens nog van uitstekende kwaliteit is, maar wel op korte termijn moet worden geconsumeerd) laat toe dat de schelphelften over elkaar worden bewogen. Op deze manier kunnen ook eventuele slikmosselen worden ontdekt.
 

 

Voorkomen

Hecht zich vast met byssus draden, aan stenen, hout en andere mossels. Wordt ook gevonden op zacht sediment in estuaria. Vormt dichte bedden. Deze mosselbedden dienen als habitat voor een groot aantal andere soorten. Ook zorgen ze voor toegenomen sedimentatie waardoor mosselbedden kunnen groeien in hoogte. 

Komt voor in: Oosterschelde, Grevelingen, Noordzee, Veerse Meer, Noord Atlantiche Oceaan

 

Paaitijd

De voortplanting van mosselen is zeer bijzonder. Eerst ontwikkelen zich kleine larven uit de eitjes in het binnenste van de vrouwelijke mossel. Deze larven verblijven een tijd lang in de uitwendige kieuwen van de moeder. Ze hebben reeds het uiterlijk van een mossel en ze hebben ook al een tweekleppige schaal. Wanneer ze een bepaalde grootte bereikt hebben, moeten ze de kieuwen van de moeder verlaten. De larven worden dan met het water naar buiten geperst. De randen van de schelp zijn voorzien van haak en ze beschikken ook over een kleverige draad. Voor hun verdere ontwikkeling moeten de larven nu op zoek naar een gastheer in de vorm van een vis. Ze hechten zich vast aan de kieuw van de vis en worden door het weefsel van de vis overwoekerd

Meer info