Wijting
Wetenschappelijk I Merlangus merlangus
Engels I Whiting Silver hake
Frans I Merlan
Duits I Wittling Merlan
Spaans I Merlan Plegonero
Italiaans I Merlano
Uiterlijk

Deze  kan je herkennen aan de drie rugvinnen, de twee aaneen gegroeide aarsvinnen en de vrijwel recht afgesneden staartvin. De kindraad is kort en ontbreekt bij de volwassen vissen helemaal. De rug van de wijting is groenblauw, de zijden zijn geelgroen, de buik is roomwit en vertoont bij de levende vissen een zilveren schittering. Aan de basis van de borstvin zit een zwarte vlek.

Voorkomen

Voor de kust van IJsland groeit de wijting het snelst en in de Zwarte Zee worden de kleinste exemplaren aangetroffen. De wijting is een in koud water levende vissoort, met een voorkeur voor kustwateren meteen zand- of kleibodem. Tijdens de trek legt hij geen grote afstanden af.

 

Paaitijd

Het paaien gebeurt het hele jaar door, met een piek tussen januari en juli, in de winter op 100 - 150 meter boven de bodem, in de zomer op circa 80 meter boven de bodem. Het kuitschieten wordt 3 - 5 keer onderbroken en de vruchtbaarheid kan dan ook slechts ruw geschat worden. De larven blijven dichtbij de kust, op een diepte van max. 100 meter. Na het verteren van de dooierzak vertoeven ze op niet meer dan 60 meter diepte, ook op plekken waar de zee 1000 - 2000 meter diep is. Na een jaar trekkende jonge wijtingen naar de kust. In het 2 - 4e levensjaar worden ze geslachtsrijp. De volwassen vissen eten vooral vis (sprot, sardine), maar ook wel veelborstelige wormen en vlokreeftjes.  Tussen 10 uur 's morgens en 2 uur 's middags nemen ze bijzonder veel voedsel,'s nachts eten ze heel weinig.

 

Meer info