Tonijn - geelvin
Wetenschappelijk I Thunnus Albacares
Engels I Tuna Yellowfin
Frans I Thon Jaune
Duits I Gelbflossen-Thunfisch
Spaans I Atún de aleta amarilla, atún claro, rabil
Italiaans I Tonno pinna gialla, tonno albacora, tonno monaco
Uiterlijk

De geelvin tonijn is een van de bekendste soorten. Hij is een van de grootste en groeit het snel: sommige exemplaren zijn op driejarige leeftijd al een meter lang. Net als de andere tonijnen kan deze vis zeer goed zwemmen. Tonijnen zijn eigenlijk altijd in beweging: hun ademhaling hangt voor een groot deel af van de voortdurende circulatie van een waterstroom die door de open bek in de kieuwholte dringt. Hoe sneller ze zich verplaatsen, des te meer zuurstof verbruiken ze, maar des te sneller wordt ook het water in de kieuwholte ververst. Bovendien hebben de kieuwen een zeer groot ademoppervlak. Tonijnen hebben een hoger gehalte aan hemaglobine in het bloed dan alle andere vissen. Ze kunnen dus een grote hoeveelheid zuurstof uit het water 'binden'. De laagste snelheid waarmee de gewone tonijn zich door het water voortbeweegt is 220 cm/s (8 km per uur) en de hoogste is 80 km per uur, volgens sommige bronnen zelfs 90 km per uur. Het lichaam vertoont de ideale stroomlijn en het zwaartepunt ligt op de beste plaats.
Tijdens het zwemmen zijn de rugvin en de anale vin ingetrokken en liggen de borstvinnen plat tegen het lichaam.

 

Lengte: tot 2,4 m - Gewicht: tot 200 kg

 

 

Voorkomen

De geelvintonijn komt wereldwijd voor in (sub-)tropische delen van alle oceanen en in verschillende brak watergebieden. De vis komt ook voor in de Middellandse Zee. De diepteverspreiding is 0 tot zeker 400 m onder het wateroppervlak. Gegevens uit het merken van vissen toont dat de dieren trans-Atlantisch migreren en dus enorme afstanden afleggen.

 

Voor en na de paaitijd onderneemt de gewone tonijn lange trektochten, waarbij hij de oceanenschuin oversteekt. Door het uitzetten en weer vangen van gemerkte exemplaren heeft men twee trajecten kunnen natrekken: van de kust van Mexico tot voor de kust van Japan en van Florida tot de golf van Biskaje. Er is ook sprake van een zogenaamde verticale trek: overdag gaan de vissennaar de diepte en 's nachts komen ze weer aan de oppervlakte. In de lente komen tonijnen naar de kust.

Paaitijd

De paaitijd is van april tot augustus; wanneer de paring zich voltrekt hangt af van de temperatuur van het water. Het voedsel van de gewone tonijn bestaat voornamelijk uit andere visjes, die in scholen leven. 

Meer info

De geelvintonijn is van aanzienlijk economisch belang, wegens zijn uitzonderlijke smaak en structuur.

 

Let op, verwar de geelvintonijn niet met de Witte Tonijn of Albacore (Thunnus Alalunga) of de met uitsterven bedreigde Blauwvintonijn (Thunnus Thynnus).