Rog
Wetenschappelijk I Batoidea
Engels I Stingray
Frans I Raie
Duits I Roggen
Spaans I Raya
Italiaans I
Uiterlijk

Het lichaam van de rog is afgeplat, en afgezien van de staart ruit- tot schijfvormig. Aangezien de roggen tot de kraakbeenvissen behoren, hebben ze geen skelet met botten maar een meer elastische substantie. De vijf kieuwspleten liggen aan de buikzijde. Er zijn doorgaans twee rugvinnen te vinden op de staart. De staartvin kan bij een aantal soorten ontbreken. De roggen uit de eerste twee ordes (Myliobafokiformes en Rajiformes) zwemmen met behulp van hun grote borstvinnen, terwijl de zaagvissen, de stroom-, sluimer en sidderroggen en de gitaarroggen en vioolroggen met hun achterlichaam en staart zwemmen, zoals de haaien. De ogen zijn aan de bovenzijde van de kop gepositioneerd.

Voorkomen

Roggen zijn in bijna elke zee en oceaan te vinden. De meeste soorten zijn te vinden op de bodem van de zee, meestal aan de kust maar soms ook tot een diepte van 3000 meter. Er zijn maar weinig soorten, bv. de reuzenmanta, die in de open zee leven en maar enkelen die in zoetwater leven.

Paaitijd

Gewoonlijk leven roggen solitair, maar sommige soorten kunnen in groepen aangetroffen worden. Ze planten zich vooirt door inwendige bevruchting 'buik aan buik'. Zoals bij haaien kunnen we roggen in 3 categorieën verdelen: Ovipaar (eierleggend), Ovivipaar (eierlevendbarend) en Vivipaar (levendbarend).   

Meer info