Canadese kreeft
Wetenschappelijk I Homarus
Engels I Lobster
Frans I Homard
Duits I Hummer
Spaans I Langosta
Italiaans I Aragosta
Uiterlijk

De kreeften zijn een infraorde van kreeftachtigen die behoort tot de orde tienpotigen. Tot deze infraorde behoren dieren zoals de zeekreeften en de rivierkreeften. Ze hebben 8 kleine, zijwaartse poten, en 2 grote poten vanvoor, de schaar en de kraker (Langoesten hebben deze niet).

 

De Canadese kreeft verschilt qua uterlijk niet zoveel avn de Europese kreeft. De Canadese heeft een hardere schaal, en een bruin-groene kleur. Na het koken worden ze felrood. Europese kreeften zijn eerder blauw-achtig met oranje en witte stipjes, die je ook nog duidelijk ziet na het koken.  De kreeft in zijn geheel is dan eerder oranje-rood. 

Voorkomen

Zij leven voor de Canadese kusten, en ook deels voor de Amerikaanse kust.

 

Kreeften zijn schuwe dieren, die een hekel hebben aan licht en bij het minste of geringste terugschieten in hun hol. Kreeften zijn zelfs bang voor licht en kruipen weg omdat het onnatuurlijk is. Kreeften houden nu eenmaal van een donkere plaats om te schuilen. Hier zal bij in gevangenschap gehouden dieren rekening mee moeten worden gehouden. Als het niet donker is, zullen de kreeften veel actiever worden en zullen ze meer afvalstoffen gaan uitscheiden. Dit is niet goed voor de kreeft en vervuilt bovendien het water. Meestal wordt ook vergeten dat de dieren gestrest raken van licht en het ontbreken van schuilplaatsen.

Paaitijd

Een kreeft groeit langzamer naarmate de watertemperatuur lager is. Bij temperaturen beneden de vijf graden gaat de kreeft niet meer op zoek naar voedsel. Pas als het water de voor kreeften behaaglijke temperatuur heeft bereikt, zal de kreeft een poging doen om zich voort te planten. Deze temperatuur verschilt enigszins per soort. Met het zorgen voor nakomelingen maken ze geen haast. Pas als het wijfje van de wat grotere soorten ruim 7 jaar is en 25 cm groot is ze bereid tot paren. Kleinere soorten en soorten die in warmer water leven hebben over het algemeen een snellere cyclus, vooral bij de combinatie van beide factoren.

 

Als het vrouwtje aan het einde van de zomer haar door het mannetje bevruchte eitjes heeft geproduceerd, draagt ze deze nog ruim 9 maanden met zich mee tussen haar zwempoten onder het achterlijf.  Als een kreeft uit het ei kruipt, is het geen klein kreeftje, maar een larve. De larven van in zee levende kreeftachtigen worden zoealarve genoemd. Deze kreeftenlarven zijn enkele millimeters lang, maar hebben een gekromd lichaam, vele uitsteeksels, een soort staart (het latere achterlijf of abdomen) en relatief enorme ogen. Deze grote ogen zijn nog uitgesprokener in het volgende larve-stadium: de megalopa. Megal(o) betekent groot en op(s) betekent oog. De megalopa-larve maakt deel uit van het zoöplankton en verandert na enkele vervellingen pas in een mini-kreeftje. Deze kleine kreeftjes hebben vele vijanden en een groot deel wordt binnen korte tijd opgegeten.

Meer info

Kreeften gaan pas op zoek naar voedsel als de avond is gevallen. Overdag zit de kreeft verscholen in een hol tussen steen- of veenblokken op de zeebodem. Lange tijd werd gedacht dat kreeften voornamelijk aas op het menu hadden staan. Uit recentere studies blijkt dat niet juist te zijn. Vooral vissen, tweekleppigen, andere kreeftachtigen en wormen worden gegeten, maar aas wordt zeker niet vermeden en vormt een belangrijk deel van het menu. Kreeften hebben een uitzonderlijk vermogen om geuren op te vangen. Een kadaver is vaak snel weggewerkt als er kreeften in de buurt zijn.

 

Vijanden van kreeften zijn voornamelijk vissen, maar de kleinere exemplaren, die net het larve-stadium zijn ontgroeid, worden door van alles belaagd. Kreeften staan bekend om hun kannibalisme en maken bovendien voortdurend ruzie, de mannetjes om de vrouwtjes, maar voornamelijk om voedsel. Een groter exemplaar wint het in beginsel altijd van een kleinere kreeft, ongeacht de soort. Bij exemplaren van ongeveer gelijke grootte gaat het er soms hevig aan toe en worden poten, voelsprieten of zelfs scharen afgerukt. Met name dieren die beide scharen verliezen zijn kwetsbaar. De scharen groeien weliswaar weer aan, maar de groei van de kreeft zelf stokt, omdat veel energie gestopt wordt in het herstel van de verloren lichaamsdelen en scharen zijn vaak groot. Een kreeft kan het afgerukte ledemaat opeten om zo de voedingsstoffen weer op te nemen waardoor de aangroei sneller gaat. Een kreeft is in staat tot "zelfamputatie" van een schaar indien het bijvoorbeeld in gevecht is met een sterkere opponent en vluchten verkiest boven opgegeten worden.